Kweker

Telen is het laten groeien van planten om er iets mee te doen. Aardappelplanten bijvoorbeeld, of tomatenplanten, of aardbeienplanten. De planten kunnen in kassen geteeld worden (binnenteelt) of buiten (buitenteelt). Binnenteelt betekent dat producten bedekt geteeld worden, meestal in een kas. Het gaat bijvoorbeeld om groenten, potplanten, snijbloemen of champignons. Omdat er in een kas geteeld wordt, zijn de omstandigheden (zoals de temperatuur en de vochtigheid) gecontroleerd. Dat gebeurt met computers.  Als je in de binnenteelt werkt, zorg je ervoor dat de teeltruimte (zoals de kas) op orde is. Hij moet schoon zijn en de watertoevoer moet werken. Daarna kun je beginnen met zaaien, stekken of poten. Je controleert de groei van de planten en soms moet je iets doen om die groei te stimuleren. Zo moeten de planten soms uit elkaar worden gezet of bemest worden. Tot slot oogst je de planten; vaak doe je dat samen met seizoenskrachten.

Buitenteelt betekent dat producten buiten geteeld worden. Het gaat bijvoorbeeld om bomen, bloembollen of fruit. Omdat er buiten geteeld wordt, kan de teler de omstandigheden niet controleren (zoals bij de binnenteelt wel kan). Medewerker buitenteelt Als je in de buitenteelt werkt, begeleid je de groei en de ontwikkeling van het product. Je zaait, poot en plant. Je bewerkt de bodem en zorgt voor de bemesting en voor het waterpeil. Je zorgt ervoor dat de bodem onkruidvrij blijft. Je probeert ziekten en plagen te voorkomen. Je gebruikt bestrijdingsmiddelen als dat nodig is. Verder zorg je voor het onderhoud van de machines, werktuigen en apparatuur voor de teelt.

Andere beroepen